In ons eerste nummer van dit jaar brengen we bijdragen samen die uiteenlopende thema’s behandelen. Ze zijn ook geschreven door collega’s met diverse mate van ervaring: van sommigen die hun opleiding juist afgerond hebben tot anderen die al lang in het beroepsveld staan en hun ervaringen aan ons willen doorgeven. Elk van deze bijdragen raakt op een eigen manier aan wat het vandaag betekent om psychotherapeut te zijn en om met mensen te werken die vastlopen en lijden. Wat deze bijdragen verbindt, is een voortdurende aandacht voor de geleefde menselijke ervaring: die van cliënten, maar ook die van therapeuten of onderzoekers – professionals die zich niet buiten het veld plaatsen, maar er middenin staan.
We openen het nummer met een praktijkbijdrage van Joke Verstuyf over het werken met mensen die lijden aan aanhoudende lichamelijke klachten (ALK). Vanuit een klinische en maatschappelijke invalshoek maakt de auteur invoelbaar hoe deze klachten niet alleen het lichaam, maar ook de identiteit, zelf waarde en legitimiteit van deze cliënten kunnen raken, zeker als er geen medische verklaring voor gevonden wordt. Ze nodigt ons uit om stil te staan bij de existentiële kwetsbaarheid die in dit werk besloten ligt, én bij de onmacht die we als hulpverleners daarin zelf kunnen ervaren. Door de bredere medische en maatschappelijke context expliciet mee
te nemen, maakt ze ruimte voor een meer dragende en heel mensgerichte therapeutische relatie.
David Borghgraef heeft zijn eindwerk van de postgraduaatopleiding cliëntgerichte therapie voor ons herwerkt tot een praktijkbijdrage. Hij beschrijft hierin een therapeutisch proces van een cliënte met complex trauma waarin het doorwerken van vastgelopen overlevingspatronen centraal stond. Via EFT-stoelenwerk wordt invoelbaar hoe de same old stories geworteld zijn in de hechtingsgeschiedenis en hoe emotionele transformatie pas mogelijk wordt wanneer oude emoties opnieuw – maar anders – beleefd kunnen worden.
De column komt in dit nummer van Caroline Wuyts en brengt ons naar het proces van een cliënte in een groepscontext. In een sobere, literaire en toch ook ervaringsgerichte stijl beschrijft ze hoe lang verzwegen ervaringen in een veilige groep alsnog woorden kunnen vinden – en wat er dan in beweging komt. Een ingetogen column waarbij je als ‘ten geleide’- schrijver vast komt te zitten omdat alle beschrijvingen of samenvattingen tekort schieten of er onrecht aan doen.
Nu dat een lang onderzoeksproces zijn einde heeft bereikt, vatte Renate Geuzinge haar kwalitatief onderzoek naar de sociale inbedding van mensen in hoog-risicoberoepen samen voor ons. Voor dit onderzoek heeft ze zich ondergedompeld in de wereld van mensen die in hun beroepsuitoefening regelmatig blootgesteld worden aan potentieel traumatische gebeurtenissen. Vertrekkend vanuit haar individuele, unieke loopbaangebonden ervaringen ging ze telkens een stapje verder in haar vraagstellingen, die ook belangrijke maatschappelijke relevantie hebben. Door aandacht te hebben voor professionele socialisatie, stoerheidsethiek en de
(on)zichtbaarheid van gevoelens, laat het onderzoek zien hoe context en cultuur mee bepalen of mensen in deze beroepen overeind blijven of vastlopen.
De spanning tussen professioneel functioneren en psychische kwetsbaarheid wordt hier niet opgelost, maar zorgvuldig onderzocht, met daarbij enkele aanbevelingen voor het therapeutisch werken met mensen uit deze beroepsgroepen.
De congresverslagen bieden deze keer een blik op het bredere veld van psychotherapie. Ze tonen aan hoe ons vakgebied in beweging is: zoekend naar integratie, innovatie en ethische positionering, zonder het relationele en belichaamde karakter van psychotherapie uit het oog te verliezen. Aansluitend op het thema dat het afgelopen jaar al in elk nummer van dit tijdschrift aan bod kwam, bespreekt Sigrid Vandepitte een webinar over artificiële intelligentie (AI) en de klinisch psycholoog. Heidi Deknudt is al jarenlang onze vaste verslaggeefster van het jaarlijkse CELEVT-congres. Ze bespreekt de onderdelen van de dag in veel detail waardoor de lezer niet alleen een sfeerbeeld krijgt maar ook de grote lijnen van de inhoud van de bijdragen kan volgen. De ‘Dag van de psychotherapie’ had aan het einde van vorig jaar bijzondere aandacht voor de menselijke onvolmaaktheid, taboes en ongemakkelijke waarheden. Deze studiedag werd deze keer verslagen door Malou Proper – altijd leuk om jonge, enthousiaste collega’s te verwelkomen die aan ons tijdschrift willen bijdragen. verrijkt, maar ook ruimte schept voor vertraging, twijfel en hernieuwde afstemming – precies daar waar het therapeutisch proces vaak zijn diepgang vindt.
Het nummer wordt afgerond met drie boekbesprekingen. Eerst bespreekt Selena Klomp een wat verrassend boek over hoe boksen ruimte kan creëren voor therapeutisch werken. Het boek blijkt met zijn verwevenheid van casuïstiek en theoretische reflectie inspirerend te zijn om vernieuwend te denken en
nieuwe methoden te ontwikkelen binnen het kader van wetenschappelijk bewezen behandelmethoden. Een jaar geleden konden we de dertigjarige jubileumuitgave van de ‘Gids voor gesprekstherapie’ van Mia Leijssen bespreken, dit jaar is een andere Nederlandstalige klassieker aan de beurt: de vijftigste druk van ‘Liefde is een werkwoord’ van Alfons Vansteenwegen. Joop Verschuur las dit zelfhulpboek voor relatiemoeilijkheden en weegt het voor u op zijn actualiteitswaarde en professionele bruikbaarheid. Het laatste boek van Mia Leijssen, waarin de lezer meegenomen wordt in de rijke thematiek van bewustwording, heling en existentiële groei, werd
door Kathleen Hawil gerecenseerd. Ze belicht hoe het boek op toegankelijke wijze spirituele diepgang verbindt met psychologische inzichten en blijft daarbij zowel kritisch als warm in toon.
Samen laten deze bijdragen proeven dat psychotherapie zich afspeelt op het snijvlak van lichaam en betekenis, individu en context, weten en niet-weten.
We hopen dat dit nummer niet alleen inspireert en
Namens de redactie,
Árpi Süle
Hoofdredacteur