Nu de dagen weer donkerder en frisser zijn en binnen opnieuw de kachel aangestoken wordt, ontstaat er in het najaar ruimte voor verstilling. De herfst is het seizoen waarin de natuur zich langzaam terugtrekt, een beweging die ook in therapie vertrouwd aanvoelt: die van naar binnen keren, van ruimte maken voor wat zich dieper vanbinnen aandient. In dit laatste nummer van het jaar staan we op diverse manieren stil bij wat belichaamd en doorleefd aanwezig-zijn kan betekenen – in therapie, in theorie en in het leven.
Lise De Ridder opent het nummer met een praktijkbijdrage waarin zij laat zien hoe sensorimotorische interventies binnen het EFT(T)-kader kunnen bijdragen aan het doorbreken van overregulatie bij cliënten met complex trauma. Aan de hand van een casus toont ze hoe het lichaam een ingang kan bieden waar woorden dit niet kunnen.
We hebben deze keer twee reflecties, van twee collega’s die naast therapeut ook filosoof zijn. Frans Depestele staat stil bij ‘het experiëntiële’ als zodanig. Wat gebeurt er wanneer een klein ding ons ‘iets doet’ en waarin verschilt dit van een felt sense? Zijn tekst is een verkenning van die subtiele, woordeloze belevingslaag waarin woorden toch een
belangrijke rol kunnen spelen.
Trees Depoorter neemt ons mee in een existentiële reflectie over ‘de plek’: over thuis en thuisloosheid, en hoe deze zich via het lichaam manifesteren in therapie. Haar tekst – die ze eerder dit jaar op de Junidag presenteerde – vormt een uitnodiging om onszelf en onze cliënten gastvrij te leren ontvangen, ook (of juist) in onze verscheurdheid.
Aan het einde van het ISEFT-congres in Boekarest – dat later ook nog aan bod komt – sprak Thijs Vanhie met Agathi Lakioti, hoofd van het Helleense Instituut voor Emotion-Focused Therapy in Athene. In dit interview deelt ze hoe emotion-focused therapie en focusing voor haarsamenvloeien in een intuïtieve praktijk, geworteld in presentie en belichaamde kennis.
Árpi Süle bespreekt een recent onderzoek naar relationele diepte als voorspeller van behandeluitkomsten. Deze studie toont aan hoe momenten van intense ontmoeting binnen de therapeutische relatie kunnen bijdragen aan symptoomverbetering, en hoe deze zich verhouden tot de bredere werkalliantie.
Het thema ‘AI en psychotherapie’ dat in onze twee vorige nummers aan bod kwam, zet Marcel Gerrits Jans voort in zijn column. Hij weegt ‘AI als therapeut’ af tegenover de unieke mogelijkheden van het belichaamde contact in therapie. Met zijn typische mengeling van humor, weemoed en scherpe observaties houdt hij een warm pleidooi voor het menselijke lijf als instrument van resonantie en doorvoelde afstemming – en voor soortgenotentherapie.
We blikken terug op twee al eerder genoemde congressen. Heidi Adriaensen doet verslag van de Junidag van de VVCEPC rond het levende lijf in therapie. Haar reflecties brengen de sfeer van de dag tot leven en ze beschrijft wat ze leerde over de manier waarop lichaamsgericht werken verdieping en vitaliteit kan brengen. Tim Brouwer neemt ons mee naar Boekarest, waar het internationale EFT-congres plaatsvond. Zijn levendige verslag toont de rijkdom en reikwijdte van het veld – van theoretische vernieuwing tot ontroerende praktijkvoorbeelden.
We sluiten af met drie boekbesprekingen. Renate Geuzinge bespreekt het boek ‘Mentaliseren in de psychotherapie’, waarin duidelijk wordt hoe deze benadering houvast kan bieden bij het bevorderen van contact met zichzelf en de ander. De Engelstalige versie van het rijke en pragmatische handboek groepstherapie en groepsdynamiek van Willem de Haas wordt gerecenseerd door Hilde Libbrecht. Ten slotte bespreekt Renate Geuzinge ook een kinderboek over de schildpad, de haas en de kikker diehelden worden. Waarom dit relevant is voor ons vakgebied komt u te weten in haar recensie.
We hopen dat dit nummer u tijdens deze donkere periode opnieuw inspireert om stil te staan bij ons vak, u erdoor te laten raken en uw werk als therapeut met nieuwe ogen te bekijken.
Namens de redactie,
Árpi Süle
Hoofdredacteur